De provincie Flevoland wordt door de Randstedelijk gedomineerde milieulobby als leefgebied niet serieus genomen. De polder is een win(d)gewest.
Dat er geen maatschappelijk draagvlak voor de molens is, maakt blijkbaar niet uit. En dan heb ik het niet alleen over Urk. Al vier jaar geleden kwam Provinciale Staten van Flevoland tot de conclusie dat de ongebreidelde groei van de molens het landschap verschrikkelijk aantast. En ook landelijk is er veel verzet.
Windmolens zijn bovendien (nog) niet rendabel. De subsidie per kilowatt is net zoveel als de prijs van een kilowatt energie die via conventionele methoden zijn opgewekt. Eigenlijk is windenergie dubbel zo duur.En het is de belastingbetaler en de gebruiker die dat verschil in prijs betaalt. Het gevolg is dat grootschalig gebruik van windenergie zowel de koopkracht van de burgers als de concurrentiepositie van bedrijven aantast.
Windmolens maken veel lawaai, doden vogels en zijn lelijk. De grootschalige focus op windmolens zorgt er bovendien voor dat er weinig middelen overblijven om andere, veelbelovende vormen van alternatieve energie te ontwikkelen.
Het verzet van de Urkers tegen windmolens voor hun kust is zo dom dus nog niet.

