woensdag 1 september 2010

“Geen gezwets en geleuter maar harde feiten”


Fractiegenoot Toon Steendijk in de Provinciale Staten van Flevoland wees me op onderstaand artikel. Het is aan de lange kant maar onthutsend in z'n eenvoud.

“Geen gezwets en geleuter maar harde feiten”
Bron: Autoweek nr. 33 – 2010

In 2008 ging Autoweek op bezoek bij ingenieur Waterman. Hij studeerde af in chemische technologie, milieutechnologie en civiele techniek en specialiseerde zich in watersysteembeheer, kustontwikkeling en verkeer en vervoer. Files waren hem een doorn in het oog en dus heeft hij onderzocht waar de problemen zitten en hoe deze op te lossen. Mark Rutte verklaarde in dat jaar Waterman’s ideeën de kern te maken van het vervoersbeleid van de VVD. We zetten de kernpunten nog eens op een rij, omdat ze gehakt maken van een hoop argumenten van tegenstanders van meer asfalt.

Getallen
Van alle huishoudens in Nederland heeft 77 % één of meer auto’s. 54 % heeft één auto, 22 % heeft twee auto’s en 1 % heeft drie of meer auto’s.
“Die 77% is zo goed als stabiel”, aldus Waterman.”Wel is er een duidelijke verschuiving van het aantal huishoudens met één auto naar huishoudens met twee auto’s. Dit komt door werkende partners. Het aantal kilometers dat met deze auto’s wordt gereden, neemt echter niet toe: dat is al vijftien jaar gemiddeld 16.500 kilometer. Uiteraard neemt het totaal aantal kilometers wel toe, dit komt door het groeiend aantal auto’s.” Die groei is volgens Waterman niet onbeperkt. “We zitten in een S-curve, de groei is ontzettend aan het afvlakken als je kijkt naar de afgelopen eeuw. De claim dat er massa’s auto’s bijkomen als we meer asfalt neerleggen, is dus onzin, er is bijna geen extra vraag.

Waterman komt met ontluisterende cijfers. “We hebben in Nederland drie soorten wegen: gemeentelijk asfalt, provinciaal asfalt en rijkswegen. Het belangrijkste gegeven: Meer dan 80 (!) % van al het asfalt is gemeentelijk asfalt: 105.000 kilometer in 1997, dit wordt 120.000 kilometer in 2010. Het provinciaal wegennet bedroeg in 1997 slechts 6.300 kilometer, het rijkswegennet zelfs maar 3.250 kilometer.
Ter illustratie: In 2005 kwam er 763 kilometer gemeentelijk asfalt bij, 2 kilometer provinciale weg en 26 kilometer rijksweg. Hoe komt dit?
Simpel: Voor elke rij nieuwe huizen komt een nieuwe weg. Die ligt daar in eerste instantie voor het bouwverkeer en vervolgens voor politie, brandweer, ambulance, vuilniswagens en natuurlijk de auto’s van de bewoners. Niemand vindt dat vreemd… en terecht. Over al die honderden kilometers extra wegen per jaar hoor je dus niemand. Maar op het moment dat er een snelwegverlegging van enkele kilometers gepland is, staat de politiek op zijn achterste benen want “Heel Nederland wordt geasfalteerd.” Terwijl niemand de moeite neemt om uit te rekenen hoe het echt zit. Die bewering is namelijk absolute lariekoek, Nederland wordt totaal niet vol geasfalteerd. Maar iedereen praat elkaar na: Het gezwets en geleuter waar ik het over had.”

Dit is desalniettemin de basisreden van alle files, legt Waterman uit. “Tegenover een snel groeiend gemeentelijk wegennet staat een volstrekt achterblijvende basiscapaciteit van het provinciale- en rijkswegennet. Vergelijk het met een zandloper. Des te smaller het verbindende buisje, des te minder korrels-auto’s- er per tijdseenheid van A naar B gaan.

Oplossingen
Tot zover de klachten. Hoe kun je dat oplossen? “Drie dingen”, aldus Waterman. “In ieder geval moet je zorgen voor een toereikende basiscapaciteit van het provinciale- en rijkswegennet. Daarnaast moet je zorgen voor ringwegen bij grote steden met insteekwegen en verkeerscirculatieplannen. Ten derde moet je zorgen voor rotondes in plaats van kruispunten, ten bate van de doorstroming, de veiligheid en het milieu.” Klinkt gemakkelijk. Waarom is dat dan nooit gebeurd? “Er zijn ook hier drie hoofdredenen voor”, zegt Waterman. “Ten eerste de illusie dat heel Nederland geasfalteerd wordt. Ik heb alle knelpunten genomen en daar aan beide kanten de snelweg met één rijstrook verbreed. Dus de pijnpunten op de A2, de A12, de A27, enzovoort. Dan kom je op 400 kilometer maal twee rijstroken, maal 3,6 meter breed: dat is 2,88 vierkante kilometer. De oppervlakte van Nederland is 41.500 vierkante kilometer. De snelwegverbreding betreft dus minder dan 1/10.000 of 0,01 % van Nederland! Gaan we ook de knelpunten op provinciale wegen aanpakken, dan komt daar 800 kilometer dubbele rijstrook bij. Dan wordt het 1200 maal 0,0072 km (de breedte van twee rijstroken) en dan kom je op 8,64 vierkante kilometer. Dus minder dan 0,03 procent van de oppervlakte van Nederland! Ons land wordt dus beslist niet geasfalteerd bij de noodzakelijke verbreding van rijks- en provinciale wegen. Daar is geen speld tussen te krijgen, vooral omdat het zo betrekkelijk eenvoudig is. Maar de linkse partijen hebben het er bij iedereen zo ingeramd dat dat wél zo is, dat iedereen elkaar napraat zonder enige feitenkennis.” De twee andere redenen waarom men dit denkt zijn psychologisch. Waterman: “Als iemand op een snelweg rijdt, dan hoop ik dat hij dat in de lengte doet. Dan zie je voor zover het oog reikt, alleen maar asfalt. Dat draagt bij aan de perceptie. Belangrijker is echter de onrealistische schaal op kaarten. Voor de duidelijkheid zijn wegen vele malen groter weergegeven dan ze in werkelijkheid zijn. Zo lijkt het alsof Nederland vol wegen ligt. Pak je er echter een satellietkaart bij, dan kun je geen weg meer vinden. Deze drie oorzaken hebben er jaar in jaar uit voor gezorgd dat er geen bal gebeurde op het gebied van wegenuitbreiding.”

A4
En dat had zo zijn gevolgen. Het meest heldere voorbeeld is volgens Waterman de A4. Velen kennen het verhaal van Midden-Delfland, maar er zijn nog twee plekken waar een stuk ontbreekt: De Hoekse Waard onder Rotterdam en het stuk tussen Dinteloord en Bergen op Zoom. “De A4 is bedoeld als corridor die de mainports Amsterdam en Schiphol via Den Haag met de mainports Rotterdam en Antwerpen moet verbinden: Het is de economische slagader van de Randstad. Toch is de snelweg nog steeds niet voltooid. In 1959 werd de A4 aangelegd met twee keer twee rijstroken, nog los van de ontbrekende stukken. Inmiddels is het verkeer verTIENvoudigd, terwijl er nog steeds stukken zijn met maar twee rijstroken, zoals tussen Leiderdorp en Zoeterwoude. Na 48 jaar had die weg allang verbreed en gecompleteerd moeten zijn. De claim van de vrienden ter linkerzijde dat er dan meer auto’s bijkomen doet niet terzake. Ja, er komt iets meer verkeer bij, nee, die vraag is niet oneindig. En, zo vraag ik ze altijd, als ze die redenering aanhouden, wees dan echt dapper, regel twee kranen en haal die tweede Brienenoordbrug er weer af. En als je toch bezig bent: Gooi de tweede Beneluxtunnel dicht. Volgens hun redenering komen er dan vanzelf minder auto’s op de weg.
Wat een kul!”